Tentoonstellingen
Archief

Frouwien Soenveld
-
Natuurlijk(e) tegels

Een vliegende tentoonstelling


van 10 september - tot 23 oktober 2005
Op zaterdag 10 september 2005 opent het Nederlands Tegelmuseum een expositie van tegels en tegeltableaus van de Wageningse keramiste Frouwien Soenveld. Zij is ruim dertig jaar actief in de keramiek en heeft al in 1977 voor het eerst haar werk in het Nederlands Tegelmuseum getoond.

 

De expositie bestaat uit nieuw werk dat zij de laatste jaren ontwikkeld heeft. Een twaalftal grotere tegeltableaus en zestien kleine tableaus tonen de decoratieve kwaliteiten van insecten en vooral vlinders. De herhalende patronen zijn geïnspireerd op de Franse ontwerper E.A. Seguy, die in de jaren 1920 een serie decoratieve platen met insecten en vlinders uitgaf.

 

Het Nederlands Tegelmuseum heeft een rijke, historische collectie die een overzicht geeft van de ontwikkeling en toepassing van de Nederlandse tegel vanaf de zestiende eeuw. De tegelkunst heeft in Nederland echter niet alleen een indrukwekkende traditie, maar is ook nu nog een bloeiende tak van kunstnijverheid. Het wil inspirerende voorbeelden van de hedendaagse toepassing van tegels breder onder de aandacht brengen. Daarom streeft het museum ernaar om jaarlijks een expositie te wijden aan een hedendaagse keramist of plateelschilder die met tegels of andere vormen van bouwkeramiek werkt. In de afgelopen jaren toonde het Nederlands Tegelmuseum werk van Peter Krynen (2001), Chris Dagradi (2002), Angela de Jong (2004) en Amelia Sháhbaz (2005).
 

Verdere informatie: f.soenveld@planet.nl   www.fsoenveld.nl 

 

Natuurlijk(e) tegels - Een vliegende tentoonstelling

 

Lijnen en kleuren

Klei is mijn papier

Ik scheur een stuk uit mijn papier

Ik vorm, vervorm. Kleur, modeleer, voeg toe, laat weg

De hitte van de oven versmelt het glazuur met de klei tot een eenheid.

 

De Wageningse keramiste Frouwien Soenveld (Leeuwarden, 1944) is al ruim dertig jaar actief in keramiek, hoewel zij naar haar eigen opvatting pas sinds 1993 op professionele basis als keramiste werkt. Aanvankelijk heeft zij onder meer bij een fotograaf gewerkt en volgde een opleiding in de fotografie. Hier scherpte zij haar gevoel voor beelden en details. In Wageningen raakte zij door het fotograferen van werk van de keramiste Iet Cool gegrepen door de mogelijkheden van klei. Daarom is zij begin jaren ’70 cursussen gaan volgen op het gebied van keramiek en glazuren. In keramiek kan zij haar behoefte om te tekenen kwijt – in haar eigen woorden gebruikt zij klei als papier – en kan ze spelen met variaties in vorm en kleur.

 

De eerste exposities van haar keramisch werk waren in Wageningen in 1976. Een jaar later volgde een expositie in het Nederlands Tegelmuseum, waar ze sindsdien herhaaldelijk terugkwam. In de volgende jaren kreeg zij opdrachten voor het maken van ‘sponsorwanden’ voor het Dierenasyl in Ede (1985) en een viertal Scouting-gebouwen (o.a. in Amerongen, 1986). Op uitnodiging van de Nederlands-Engelse tegelexpert Hans van Lemmen nam zij in 1999 deel aan een project in Berlijn, waar keramisten uit verschillende landen gedurende enkele weken gezamenlijk een werkplaats tot hun beschikking hadden. Haar werk is daarna geëxposeerd in het Erstes Deutsches Fliesenmuseum in Boizenburg (CERAM-KULTUR-GUT). Verder is zij een regelmatige deelnemer aan keramiekmarkten in Nederland en Duitsland (onder meer de Goudse Keramiekdagen).

 

Frouwien Soenveld maakt geen gebruik van industrieel geperste tegels, maar vormt ze zelf uit een roodbakkende chamotte-klei. In de nog natte klei trekt zij de lijnen van de tekening, lijnen die bij het glazuren uitgespaard blijven en voor een rode, warme achtergrond zorgen. De tegels worden tweemaal gestookt, de eerste keer nadat de tegels gedroogd zijn (de biscuitbrand op 1.000 graden), de tweede keer na het glazuren, op een hogere temperatuur (1.100 graden). Door deze relatief hoge temperaturen zijn de tegels ook geschikt om in een buitenmuur te metselen of als tableau op te hangen. In de regel werkt zij niet met kant-en-klaar aangekochte kleurpigmenten maar stelt zij haar glazuren op klassieke wijze grotendeels zelf samen aan de hand van oxiden. Naast tegels maakt zij ook andere keramiek voor in de tuin. Deze objecten van klei worden aangevuld met brons, ijzer of koper.

 

Hoewel de tegelwerken van Frouwien Soenveld in principe geschikt zijn om een hele wand te decoreren, is haar werkwijze niet gericht op serieproductie. Veel van haar ontwerpen gaan uit van een herhalend patroon, maar deze herhaling is niet aangepast aan het formaat van haar tegels. Het gevolg is een verschuivend decor, waardoor geen twee tegels hetzelfde zijn.

 

 

Bij haar vorige expositie in Otterlo (1993, ‘Sur-re-prise’) bleek Frouwien al duidelijk geïnspireerd door ontwerpers uit de periode van de art-nouveau. De laatste jaren is zij uitgegaan van enkele albums die de Franse ontwerper E.A. Séguy in 1924 uitbracht. In ruim veertig platen bracht hij de buitengewone decoratieve kwaliteiten van insecten en vlinders onder de aandacht. Deze platen vormde de basis om zelf patronen te ontwikkelen op basis van insectenvormen. Vlinders en insecten zijn dan ook de onderwerpen van deze ‘vliegende expositie’, waarvoor (12) grote tegeltableaus zijn gemaakt. Daarnaast zijn er vogels in de vorm van kleine tegeltableaus en als object te zien.