|
van 13 augustus tot 1 oktober 2006
Al
eerder gebruikte Joan Seyferth (Amsterdam, 1948) mythes en sprookjes uit
allerlei verre culturen om haar visie te geven op het rolpatroon van man
en vrouw. Daarbij houdt zij ervan om de verhoudingen een beetje op hun
kop te zetten. Zonder meteen feministisch werk te willen maken geeft ze
typische mannenverhalen een vrouwvriendelijker invulling. Daarbij maakt
ze graag gebruik van dierfiguren als een middel om oude betekenissen een
nieuwe inhoud te geven. Zo staat de haan die een hoofdrol vervult in
haar twaalfdelige reliëfreeks, in het Westen model voor macho-achtig,
want hanig gedrag. In Japan heeft de haan een heel andere rol. Daar
fungeert hij als goede hoeder voor zijn kloek hennen, als beschermer.
Joan Seyferth die in 1974 op de Amsterdamse Rietveld-academie
afstudeerde bij beeldhouwer Carel Kneulman, verwerkte voor haar reliëfs
en de bijbehorende beelden een oud Japans hanensprookje. Volgens die
mythe kwam een haan uit de hemel naar de aarde om daar het menselijk
gedrag te bestuderen. Hij mocht maar een beperkte tijd weg. Toen hij
eenmaal het aardse vrouwelijk schoon ontdekte, verloor hij elk gevoel
voor de tijd en vond hij zijn terugkeer geblokkeerd. Daarop onderging
hij een gedaanteverwisseling van haan in een samoerai en stichtte een
gezin. Dat mannen wel eens lijden aan een al te opgeblazen zelfbeeld,
maakte Joan Seyferth aanschouwelijk in een kostelijk tableau waarin een
zich dik makende kikker twee sumo-worstelaars ontmoet.
Hoe
traditioneel haar motieven in zekere zin ook mogen zijn, technisch geeft
Joan Seyferth de keramiek een sterk experimentele invulling. Haar
handgeboetseerde tegelreliëfs bereiken bijvoorbeeld de ongebruikelijke
hoogte van 122 centimeter. De 61 centimeter brede tegelplaten vormden
voor haar een bijzondere technische, maar zeker ook fysieke uitdaging.
In een gewone oven kan haar werk niet gestookt worden - dat gebeurt al
jaren in de grote, computer gestuurde gasovens van haar sponsor, de
aardewerkfabriek Goedewaagen-Gouda BV in het Drentse Nieuw Buinen.
Haar grenzen verkennen richt zich bij Joan Seyferth niet
alleen op het formaat, maar ook op de manier van decoreren. Zo glazuurt
zij al vele jaren niet meer, maar beschildert zij haar reliëfs en
beelden met olieverf. Haar keramische drager behandelt zij als een
schilderdoek - verflaag na verflaag wordt opgebracht. Tenslotte bracht
zij bladgoud op in de achtergrond van haar reliëfs. Een nader symbool
voor de spiegelfunctie die zij nastreeft.
Naast haar twaalfdelige tegelstrip exposeert de sinds 30
jaar in Oost-Groningen werkende kunstenares kleinere tableaus en schalen
met hoogreliëfs waaruit haar hunkering naar de beeldtaal van de vroege
20e eeuw spreekt. Voor het Keramisch Museum Goedewaagen restaureerde zij
tegeltableaus uit Art Nouveau en Art Déco naar ontwerpen van
respectievelijk Bert Nienhuis en Carel Adolph Lion Cachet.
(In samenwerking met Galerie Judy Straten, Grubbenvorst)
|