Tentoonstellingen
Archief


ORANJEVORSTEN OP TEGELS

 

30 april - 28 augustus 2005

Op 30 april wordt in het Nederlands Tegelmuseum de expositie ‘Oranjevorsten op tegels’ geopend. Al gedurende bijna vier eeuwen worden prinsen, stadhouders en koningen uit het Oranjehuis op tegels afgebeeld. Ter gelegenheid van het zilveren regeringsjubileum van Koningin Beatrix is nu een historisch overzicht van deze traditie bijeen gebracht.

Eén van de doelstellingen het Nationaal Comité dat het Zilveren Regeringsjubileum voorbereidt is ‘Een hernieuwd bewustzijn en kennis van ons staatsbestel, zijn historische context, zijn bijzondere kenmerken en zijn Europese toekomst.’ Nederland is een bijzonder land. Het verkreeg zijn onafhankelijkheid en werd een republiek door verzet tegen een absoluut Koning. Het kreeg en hield een Koning toen elders republieken werden gevestigd. Dat koningschap is nauw verbonden met de Nederlandse samenleving en haar geschiedenis.

Meer dan twintig tegeltableaus en enkele honderden herinneringstegels, afkomstig uit de eigen collectie, andere musea en enkele particuliere verzamelaars, geven een indruk van de plaats van de Oranjes in de Nederlandse samenleving in de afgelopen vierhonderd jaar.

Meer informatie vindt u in het bijgevoegde achtergrondartikel.
 

ORANJEVORSTEN OP TEGELS

Vrijwel iedere Nederlander zal in zijn of haar schooljaren wel eens een tegel of een bord gekregen hebben ter herinnering aan een bijzondere gebeurtenis in ons koningshuis. Geboorten en overlijden, huwelijken, inhuldigingen en jubilea vormen al enkele generaties de aanleiding voor het maken van dergelijke souvenirs. De gedecoreerde tegel is een aandenken geworden, los van zijn oorspronkelijke bestaansreden als bouwkeramiek. In steen gebakken en geglazuurd is het een klein, blijvend ‘monument’. Een dergelijk gebruik van de tegels staat in een eeuwenoude traditie. Het is goed mogelijk om een beeld te krijgen van de plaats van de Oranjes in de Nederlandse samenleving aan de hand van onze tegelcultuur.

De vroegste voorbeelden zijn de indrukwekkende, vrijwel levensgrote portretten van de stadhouders Maurits en Frederik Hendrik, ten voeten uit geschilderd. Deze grote tegeltableaus werden gemaakt voor de achterwand van een monumentale, manshoge schouw. De open haard was één van de meest representatieve elementen in het zeventiende-eeuwse huis. Het was passend om boven de open haard, als schoorsteenstuk, een schilderij met een historisch of mythologisch onderwerp te hangen. In de haard zelf werden levensgrote portretten van bijbelse koningen, klassieke helden, personificaties van deugden of eventueel de regerende stadhouders uit het Oranjehuis. Overigens was de tegelproductie in Nederland nog maar kort goed op gang gekomen, tegels waren een exclusief mode-artikel. Slechts weinigen konden zich deze imposante tableaus veroorloven, misschien werden ze vooral in overheidsgebouwen aangebracht.
De positie die de prinsen van Oranje in de Nederlanden innamen was een bijzondere. De zelfstandige staat die uit de opstand tegen de Spaanse koning ontstaan was, werd immers geen monarchie, maar een republiek van zeven verenigde gewesten. In die gewesten lag de macht meer bij de steden dan bij de adel. De Oranjes waren de meest vooraanstaande adellijke familie, met vorstelijke allures, maar als stadhouders formeel in dienst van de Staten. Maurits en Frederik Hendrik versterkten hun positie door hun successen als legeraanvoerder (afb. 1).
Afb. 1 Tegel uit een ruiterportret van Prins Maurits tijdens de slag bij Nieuwpoort (Rotterdam, ca. 1730), collectie Nederlands Tegelmuseum, Otterlo
Na het sluiten van de Vrede van Münster en het op jonge leeftijd overlijden van stadhouder Willem II leek voor de meeste gewesten de tijd rijp om zonder stadhouder verder te gaan.
 

Aan dit eerste stadhouderloze tijdperk kwam overigens een eind in 1672, het rampjaar waarin de Republiek van drie kanten door buurlanden aangevallen werd. De bevolking had geen vertrouwen meer in de regering door de Staten en riep om het herstel van het stadhouderschap. Het succes van zijn verdediging verstevigde de positie van de jonge Willem III. In 1689 werd hij bovendien samen met zijn vrouw, prinses Mary, uitgeroepen tot koning van Engeland, nadat hij leiding had gegeven aan de opstand tegen zijn schoonvader, koning James II. Daarmee werd hij een zeer prominente speler op het Europese toneel. Zijn rol is afgebeeld op een bijzonder curieus achttiende-eeuws tegeltableau, eigenlijk een politieke cartoon waarop de Franse koning Lodewijk de XIVe, de zonnekoning,  wordt voorgesteld als Apollo die de zonnewagen langs het firmament voert (afb. 2).
Afb. 2 Tableau met allegorische voorstelling van de internationale coalitie tegen koning Lodewijk XIV (Harlingen, ca. 1775)

Eén van de wielen is echter gebroken, de koning steunt op krukken en de paarden worden eendrachtig belaagd door de Duitse leeuw, de Engelse eenhoorn, en de Hollandse leeuw. Het tableau is geschilderd naar prent van Romeyn de Hooghe uit 1701 en illustreert de internationale coalitie die koning-stadhouder Willem III tegen de Franse koning wist op te bouwen.

De unieke staatsvorm die de Republiek in de achttiende eeuw had, herkennen we ook in de zogenaamde wapenpilasters, bestaande uit twee pendante tegeltableaus van dertien tegels hoog en twee tegels breed. In vroeger eeuwen werd de schoorsteen boven de monumentale open haard aan weerszijden door pilasters ondersteund. Nadat die overbodig geworden waren, schilderde men dergelijke pilasters op tegels, om visueel de haard te begrenzen. Deze geschilderde pilasters waren als het ware behangen met de wapens van de verschillende gewesten of van de stemhebbende steden van het graafschap Holland. Door in plaats van, of naast de portretten van de stadhouders deze heraldische tableaus aan te brengen werd de toeschouwer eraan herinnerd hoe de macht in de Republiek formeel verdeeld was.
 

De tweede helft van de achttiende eeuw was een bloeiperiode voor de Nederlandse tegelindustrie. Alleen al in Friesland waren zeven tegelfabrieken actief, terwijl ook in Holland en Utrecht op grote schaal tegels geproduceerd werden. Opvallend is het grote aantal tegeltableaus met portretten van de stadhouders Willem IV en, vooral, van Willem V (afb. 3).
Afb. 3 Tegeltableau met ruiterportret van stadhouder Willem V.
Zij zijn veel meer op tegeltableaus vastgelegd dan welke Oranjevorst voor of na hen. Uiteraard kan men dit niet los zien van de toenemende spanningen tussen de voor- en tegenstanders van het Oranjehuis, prinsgezinden en patriotten. Door een portret van de stadhouder en zijn echtgenote in de haard te plaatsen maakte men duidelijk zichtbaar aan welke kant men stond.
De tegenstanders van het Oranjehuis kozen uiteraard andere voorstellingen, bijvoorbeeld tegeltableaus met keeshonden. ‘Kezen’ was een scheldnaam voor de patriotten, maar zij accepteerden die als een geuzennaam. Na de inval van de Franse legers in 1795 en de oprichting van de Bataafse Republiek zijn ook tableaus gemaakt met de vrijheidsboom of van de Nederlandse maagd met vrijheidshoed.

Een groot deel van de traditionele Nederlandse tegelfabrieken overleefde de handelsbeperkingen van de Franse tijd niet. Bovendien raakte men achterop bij buitenlandse fabrikanten, die met nieuwe technieken veel efficiënter en goedkoper een betere tegel konden maken. Wellicht vormt dit de verklaring dat het aantal negentiende-eeuwse tableaus met Oranjevorsten, inmiddels koningen, relatief mager is. Deze tableaus dateren dan nog vooral uit het begin van de eeuw, met portretten van koning Willem I en zijn echtgenote. In die tijd werden ook tableaus gemaakt van de slag bij Waterloo, bijvoorbeeld van het moment dat de latere koning Willem II door een kogel getroffen wordt en op zijn paard ondersteund moet worden. Dramatischer dan in het traditionele ruiterportret is een Oranjevorst hier als oorlogsheld vereeuwigd.


Een nieuwe opleving van de Nederlandse tegelnijverheid vindt plaats tegen het eind van de negentiende eeuw, met de vernieuwing van de Porceleyne Fles in Delft en de oprichting van nieuwe plateelbakkerijen als Rozenburg in Den Haag en De Distel in Amsterdam. Dit valt samen met het grote enthousiasme dat de jonge Koningin Wilhelmina, samen met haar moeder, Koningin-regentes Emma, wist op te roepen. Dit blijkt onder meer uit enkele zeer indrukwekkende tegeltableaus met haar portret, die zijn geschilderd door de ontwerper Henri Breetveld in de jaren dat hij bij De Sphinx in Maastricht werkte. Het hoofdpostkantoor te Amsterdam, dat voltooid werd ten tijde van de inhuldiging van Koningin Wilhelmina in 1898, werd een tegeldecor ontworpen vol Oranjesymboliek (afb. 4).
Afb. 4 Modelkaart van tegelpatroon, ontworpen voor het hoofdpostkantoor in Amsterdam (Tichelaar in Makkum, 1898).
 


Vooral werden vanaf dit moment tegels gemaakt ter herinnering aan speciale gelegenheden. Zij tonen meestal niet het portret, maar een datum, een wapen of andere Oranjesymbolen en een toespeling op de speciale gebeurtenis. Een voorbeeld is het gedenktegeltje dat de gemeente Amsterdam in 1938 bij de Koninklijke pijpen- en aardewerkfabriek Goedewaagen in Gouda bestelde, ter gelegenheid van het veertigjarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina. De gemeente bestelde 40.000 tegels om aan de Amsterdamse schoolkinderen te geven. In reliëf waren een Oranjeboom en de regeringsjaartallen aangebracht, vervolgens werden de tegels met de hand gekleurd (afb 5).
Afb. 5 Tegel ter gelegenheid van veertigjarig regeringsjubileum Koningin Wilhelmina (Goedewaagen Gouda, 1938, geschenk van de stad Amsterdam aan alle schoolkinderen)
En deze traditie om bij bijzondere gelegenheden tegels uit te geven die het historische moment vastleggen leeft tot op de dag van vandaag.