Tentoonstellingen



Kerstverhaal op tegels

 

 

van 12 december 2009 t/m 6 januari 2010

Kerstverhaal op tegels
Vanaf 12 december is het Kerstverhaal op tegels te zien. Het hele Bijbelse verhaal is te volgen aan de hand van tegels en tableaus die zeventien verschillende momenten uit het verhaal verbeelden. De expositie toont de aankondiging van de geboorte van Johannes de doper, de geboorte van Christus, de aanbidding door de herders en de koningen, tot aan het verhaal van de Kindermoord te Bethlehem. De expositie is voor het museum samengesteld door Evert van Gelder, die zich al vele jaren met de studie van Nederlandse Bijbeltegels bezig houdt.

Bijbelse verhalen zijn vanaf het begin dat men tegels begon te beschilderen al op wandtegels uitgebeeld. En zelfs vóór die tijd, op zestiende-eeuwse haardstenen (vuurvaste stenen waarin een voorstelling in reliëf was gestempeld), waren deze verhalen al te vinden. Het is echter in de tweede helft van de zeventiende eeuw dat tegelbakkerijen beginnen om series te maken waarin de hele Bijbel als in een beeldverhaal wordt vastgelegd: series die soms wel uit meer dan 100 verschillende tegels bestaan. In totaal is van ongeveer 600 verschillende Bijbelse verhalen bekend dat deze op tegels en tegeltableaus zijn afgebeeld.

Als voorbeeld voor deze tegeltableaus dienden vaak uitgaven van rijk geïllustreerde Bijbels. Een belangrijke bron waren de prenten van de Duitse graveur Mattheüs Merian, die vanaf 1625 gepubliceerd werden (de Icones Biblicae). Hierdoor werden in Nederland onder meer Nicolaes Visscher en Pieter Hendricksz Schut geïnspireerd. Van de laatste ligt een originele uitgave van zijn Toneel ofte Vertooch der Bybelsche Historien uit 1659 in de vitrine, opengeslagen bij een Bijbelprent. Een naar dit voorbeeld geschilderde tegel ligt ernaast. Van andere prenten, zoals de etsen van Jan en Casper Luiken, liggen jonge heruitgaven naast de antieke tegels.
 

Verkondiging aan de herders

Vlucht naar Egypte

De meeste Bijbeltegels zijn gemaakt in de periode 1750 - 1850. Er is een grote diversiteit in de uitwerking. De ene tegel is vlot, met een paar streken geschilderd, op andere tegels zijn alle figuren gedetailleerd uitgewerkt. Vaak was in een bedrijf één schilder, de ‘eerste schilder’ verantwoordelijk voor het beschilderen van de Bijbeltegels. Deze waren bewerkelijker en duurder dan de meeste andere typen, vooral als er ook teksten met verwijzingen naar Bijbelboeken bij geschreven moesten worden.

De kleuren varieerden, van blauw en paars tot veelkleurig. De voorstellingen waren voorzien van eenvoudige of juist heel precies uitgewerkte omlijstingen, en in de hoeken waren decoratieve ornamenten aangebracht (onder meer ‘ossenkoppen’, ‘anjers’ en ‘spinnetjes’, zoals verzamelaars deze noemen). Dit zijn repeterende elementen, die nodig waren om van tegels een bruikbare wanddecoratie te maken: van een afstand gezien vallen de verschillen tussen de voorstellingen vaak weg en hield men een regelmatig herhaald patroon over, zoals bij behang.

Overigens kregen deze tegels veelal een ereplaats, in de achterwand van de open haard, aan weerszijden van het haardvuur. De haard was in de meeste huizen het centrum van het huiselijke leven: de belangrijkste licht- en warmtebron, waar ook gekookt werd. Door de versiering met geglazuurde tegels kon men de achterwand goed schoonhouden van roet en vetvlekken, en door de verhalende voorstellingen was er bij het licht van het haardvuur dan ook nog heel wat te zien. Soms was er boven de haard nog een groter tableau geplaatst waardoor één belangrijke voorstelling, bijvoorbeeld de kruisiging, extra aandacht kreeg. Ook vier van deze tableaus zijn geëxposeerd

In de winkel van het museum ligt ook de Fliesenbibel: de Duitse vertaling van de bijbel, geïllustreerd aan de hand van Nederlandse bijbeltegels, met inleiding over de tegels door Jan Pluis. 1.400 pagina’s, 600 kleurenafbeeldingen, € 34,90 ISBN 978-3-88761-103-3