|
De meeste Bijbeltegels zijn gemaakt in de
periode 1750 - 1850. Er is een grote diversiteit in de uitwerking. De ene tegel
is vlot, met een paar streken geschilderd, op andere tegels zijn alle figuren
gedetailleerd uitgewerkt. Vaak was in een bedrijf één schilder, de ‘eerste
schilder’ verantwoordelijk voor het beschilderen van de Bijbeltegels. Deze waren
bewerkelijker en duurder dan de meeste andere typen, vooral als er ook teksten
met verwijzingen naar Bijbelboeken bij geschreven moesten worden.
De kleuren varieerden, van blauw en paars tot veelkleurig. De
voorstellingen waren voorzien van eenvoudige of juist heel precies uitgewerkte
omlijstingen, en in de hoeken waren decoratieve ornamenten aangebracht (onder
meer ‘ossenkoppen’, ‘anjers’ en ‘spinnetjes’, zoals verzamelaars deze noemen).
Dit zijn repeterende elementen, die nodig waren om van tegels een bruikbare
wanddecoratie te maken: van een afstand gezien vallen de verschillen tussen de
voorstellingen vaak weg en hield men een regelmatig herhaald patroon over, zoals
bij behang.
Overigens kregen deze tegels veelal een ereplaats, in de achterwand van
de open haard, aan weerszijden van het haardvuur. De haard was in de meeste
huizen het centrum van het huiselijke leven: de belangrijkste licht- en
warmtebron, waar ook gekookt werd. Door de versiering met geglazuurde tegels kon
men de achterwand goed schoonhouden van roet en vetvlekken, en door de
verhalende voorstellingen was er bij het licht van het haardvuur dan ook nog
heel wat te zien. Soms was er boven de haard nog een groter tableau geplaatst
waardoor één belangrijke voorstelling, bijvoorbeeld de kruisiging, extra
aandacht kreeg. Ook vier van deze tableaus zijn geëxposeerd
In de winkel van het museum ligt ook de Fliesenbibel: de Duitse
vertaling van de bijbel, geïllustreerd aan de hand van Nederlandse bijbeltegels,
met inleiding over de tegels door Jan Pluis. 1.400 pagina’s, 600
kleurenafbeeldingen, € 34,90 ISBN 978-3-88761-103-3 |