|
Tentoonstellingen
Archief
 |
"De
moderne tijden in een Oudhollandse stijl"
Tegeltableaus uit het Delftse
spoorwegstation, 1885
Het Nederlands Tegelmuseum in Otterlo heeft vier grote tegeltableaus
verworven die afkomstig zijn uit het spoorwegstation in Delft. Dit
station is gebouwd in de jaren 1883-1885 naar ontwerp van de architect
C.B. Posthumus Meyjes. In het bestek werd al genoemd dat er
tegeltableaus gemaakt moesten worden door de fabriek van Joost Thooft,
zoals de Porceleyne Fles toen werd genoemd.
|
 |
|
van 14 april t/m 10 juni 2007
In de stationshal werden vier tegeltableaus geplaatst met
allegorische voorstellingen van ‘Overvloed’, ‘Telegrafie’, ‘Stoomkracht’
en de ‘Delftse stedemaagd’. De tableaus zijn ontworpen door Adolf le
Comte, die artistiek adviseur en ontwerper van de Porceleyne Fles was.
Zijn ontwerpen sloten aan bij de traditie van het Delfts blauw, waarvoor
de belangstelling destijds een eerste opleving kende. De keuze voor
allegorische voorstellingen doet ook traditioneel aan, de thematiek
verwijst daarentegen nadrukkelijk naar de ‘moderne tijd’. Leon Senf,
hoofd van de schilderswerkplaats van de Porceleyne Fles, heeft de
tableaus geschilderd. Op de tableaus staan signaturen van de ontwerper
en de schilder.
Binnen de geschiedenis van de Nederlandse tegelindustrie zijn het
opmerkelijke en belangrijke tableaus. De Nederlandse aardewerkindustrie
was in de negentiende eeuw achtergebleven bij de technologische
ontwikkelingen in Engeland. De Porceleyne Fles was de eerste
plateelbakkerij die in Nederland vanaf 1881 industrieel geperste tegels
in onderglazuurtechniek beschilderde. Omdat men in het begin nog geen
eigen tegelpers had werden aanvankelijk ongedecoreerde tegels uit
Engeland geïmporteerd. |
 |
 |
|
Delftse stedemaagd |
Telegrafie |
|
Bij een modernisering van het station in 1959 zijn deze tegeltableaus
verwijderd. Via een particuliere eigenaar zijn ze enkele jaren geleden
in het Nederlands Tegelmuseum terecht gekomen. Hier zijn de tableaus
enkele jaren blijven liggen, omdat veel tegels in de loop der tijd zwaar
beschadigd waren. Door subsidie van de Stichting Dr Hendrik Muller’s
Vaderlandsch Fonds was het mogelijk om de tegels te laten restaureren
door mw. K. van Lookeren Campagne, hoofddocent restauratie van keramiek
en glas bij het Instituut Collectie Nederland.
Dit is tegelijkertijd de gelegenheid om enkele andere recent
gerestaureerde aanwinsten te tonen. De bovengenoemde architect Posthumus
Meyjes heeft namelijk in 1903 het ontwerp gemaakt voor een bibliotheek
aan het Rokin in Amsterdam, ‘Het Leesmuseum’. Ook hier werden tegels
toegepast. De lambrisering van de hal en het trappenhuis, alsmede twee
schouwen in de zalen op de begane grond en de verdieping werden besteld
bij De Distel, naar ontwerp van Bert Nienhuis (1873-1960).
Beide schouwen uit het Leesmuseum, die in langdurige
bruikleen werden ontvangen van de Stichting Breestraat, waren al geruime
tijd in het bezit van het museum maar konden niet aan het publiek
getoond worden. Bij de ondeskundige verwijdering van de schouw uit het
Leesmuseum in 2000 traden beschadigingen op en gingen tegels verloren.
Afgelopen jaar is de restauratie van beide schouwen mogelijk gemaakt
middels een subsidie van het Buchter - de Vries Fonds, dat beheerd wordt
door het Prins Bernhard Cultuurfonds. De restauratie werd uitgevoerd
door Joop van der Werf.
|
|
 |
 |
|
Bij deze expositie zijn ook enkele vitrines ingericht met
tegels van ‘Jacoba-aardewerk’. In 1897 introduceerde de Porceleyne Fles
in Delft een nieuw product, het Jacoba-aardewerk. Hiervoor werden
uitsluitend binnenlandse kleisoorten gebruikt. Als de vorm (vaasjes,
borden, tegels) voldoende gedroogd was werd er met een puntig stokje een
decoratie in gegrift. Na het bakken werd kleuroxiden en metaalglazuren
(vaak reflet métallique) aangebracht. De methode werd ontwikkeld door de
latere technisch directeur H.W. Mauser, de ontwerpen waren afkomstig van
A. le Comte. Hoewel Jacoba-aardewerk pas rond 1950 uit de verkoop
gehaald werd, is het nooit op grote schaal gemaakt. Tegels zouden vooral
in de eerste jaren, tot 1905 zijn gemaakt. |
|
Literatuur
-
Jos Hilkhuysen, Delftse Art Nouveau. Onderwijs en
ontwerp van Adolf le Comte (1850-1921), Karel Sluyterman (1863-1931)
en Bram Gips (1861-1943), Assen/Zwolle 2001, p. 46-47.
-
Bart Verbrugge, ‘Tegeltableaus uit het station Delft
naar ontwerp van Adolf Le Comte,’ in: Tegel 34 (2006) p.
22-31.
|
|
|
|
|
Verdere informatie:
Nederlands Tegelmuseum, dr. Johan Kamermans, conservator,
0318-591 519
johan.kamermans@nederlandstegelmuseum.nl
|
|
 |
 |