Tentoonstellingen



Producten van de Arnhemsche Fayencefabriek

 

1907-1934

 

van 28 maart 2009 t/m 21 juni 2009

Twee opmerkelijke tegeltableaus in de vaste opstelling van het Nederlands Tegelmuseum zijn gemaakt in 1932 bij het 25-jarig jubileum van de Fayencefabriek die in 1907 in Arnhem werd opgericht door de gebroeders Vet. De tableaus, geschilderd door Willem Hartgring, geven een beeld van het werk in de Nederlandse aardewerkindustrie. Enkele jaren na het jubileum sloot de fabriek haar poort.

Een expositie laat beide tableaus nu samenkomen met een staalkaart van de producten die in Arnhem gemaakt zijn: kunstaardewerk, luxe gebruiksvoorwerpen en gedecoreerde serviezen van de Arnhemsche Fayencefabriek. De expositie is samengesteld uit de particuliere collectie van de heer Benno Steenaert.


Voorgeschiedenis, 1895-1907
De oprichters van de Arnhemsche Fayencefabriek, de broers Klaas (1876-1943) en Jacob (1880-1924), zijn in Purmerend geboren. Hun vader is visser. In Purmerend wordt in 1896 een plateelbakkerij opgericht door de wed. N.S.A. Brantjes. Dit zal beide broers in contact met deze nieuwe, moderne industrie gebracht hebben.

Klaas gaat in 1898 naar de net opgerichte plateelbakkerij Zuid-Holland te Gouda om te werken als aardewerker. In 1900 stapte hij over naar de Amsterdamse plateelbakkerij ‘De Distel’ als modelleur en glazurist. Hier werkt hij mee aan de ontwikkeling van het matglazuur. Hij is geen schilder maar heeft een grote technische kennis van het materiaal en beschikt ook over veel artistiek inzicht.

Jacob werkt vanaf 1898 als plateelschilder bij Brantjes in Purmerend, evenals een jongere broer Jan (1882-1910). Door zelfstudie haalt hij diploma’s boekhouden en handelscorrespondentie en leert hij Engels, Frans en Duits. Hij heeft meer zakelijk talent.
Klaas en Jacob starten in september 1903 samen een eigen plateelbakkerij ‘Purmerend’. Dirk Straus (1884-1963), collega van Klaas bij De Distel in Amsterdam, komt met hen mee als decorontwerper. Er zijn 112 modellen in Purmerend ontwikkeld. In 1906 brandt de fabriek af en de broers besluiten een nieuwe fabriek in Arnhem te beginnen.
 

 

Art Nouveau, 1907-1917
Bij de oprichting van de nieuwe Fayencefabriek in Arnhem door de broers Jacob en Klaas Vet nemen zij alle modellen mee die zij in Purmerend hadden uitgebracht. Ook de ontwerper Dirk Straus komt mee vanuit Purmerend. Hij ontwerpt de lineaire decors op matglazuur, met gestileerde bloemmotieven, die volledig aangepast zijn aan de vorm van het sieraardewerk.

Een andere ontwerper van de nieuwe fabriek is de plateelschilder Philip Lagrand, eveneens uit Purmerend, die verantwoordelijk is voor de donkere decors in de stijl van de Haagse plateelbakkerij Rozenburg. Hij blijft slechts kort in Arnhem. De derde ontwerper die uit deze periode bekend is, is Philip van Praag, die ook eerder bij De Distel in Amsterdam en Haga in Purmerend gewerkt had. Hij ontwikkelt een strak geometrisch decor met groene, bruine en zwarte lijnen tegen een witte achtergrond. Verder is hij waarschijnlijk verantwoordelijk voor een hele reeks ‘Perzische’ decors.

Dirk Straus en Philip van Praag verlaten de fabriek respectievelijk in 1916 en 1917.

 

‘Gouds plateel’, 1917-1928
In 1917 komt Willem Hartgring naar de Arnhemsche Fayencefabriek als ontwerper van decors. Hartgring (1874-1940) is begonnen als plateelschilder bij de Haagsche plateelbakkerij Rozenburg in 1889, waar hij vanaf 1900 ook de porseleindecors schilderde. In 1907 stapt hij over naar de Plateelbakkerij Zuid-Holland in Gouda.

Gedurende zijn periode sluiten de decors op de Arnhemse ontwerpen nauw aan bij het Gouds plateel. Sommige decors gaan ook rechtstreeks terug op eerdere Goudse ontwerpen van Hartgring. De zorgvuldige eenheid tussen vorm en decor uit de voorgaande periode wordt losgelaten, de decoratie wordt geleidelijk aan losser en belangrijker dan de vorm

Opvallend is dat het assortiment in deze tijd veel luxe gebruiksaardewerk bevat, zoals een likeurstel of een tabaksstel. Voorheen bestond de productie vooral uit sieraardewerk (vazen) en serviezen.
 

Crisisjaren en sluiting, 1928-1934
De economische crisis na 1928 brengt in het hele land de industrie voor sieraardewerk in grote problemen. Om op de kosten te besparen wordt vooral bezuinigd op de arbeidsintensieve schilderafdelingen. Het aardewerk wordt nu gedecoreerd met een egaal gespoten glazuur, voorzien van druipglazuren of van marmerdecors. Voor dit aardewerk worden ook nieuwe, passende vormen ontworpen.

In de laatste periode voor de sluiting van de fabriek in 1934 wordt aardewerk gedecoreerd met ‘koudlak’. Dat wil zeggen dat het ontwerp rechtstreeks op de scherf geschilderd wordt, niet meer geglazuurd of gebakken. Op de onderkant van dit aardewerk staat het stempel ‘semi plateel’.

 

 

Verdere informatie:
Nederlands Tegelmuseum, dr. Johan Kamermans, conservator, 0318-591 519

johan.kamermans@nederlandstegelmuseum.nl