|
||
|
TEGELVERHAAL Geschiedenis van de Nederlandse Wandtegel van 1600 tot nu |
||
|
4
toepassing |
||
|
Het woord "tegel" komt van het Latijnse woord “tegere” = bedekken. Tegels worden gebruikt om wanden te bedekken van bijvoorbeeld keukens (zie afb. 1), doucheruimtes, badkamers, toiletten, maar ook van zwembaden. |
||
|
Afb. 1 Betegelde keuken.
|
||
|
Vaak zijn tegels gekleurd en versierd, dat staat leuk. Het is niet erg als de muren vuil of nat worden; tegels kunnen weer goed schoongemaakt worden. Tegels zijn sterk en gaan jarenlang mee. De tegels die nú in de huizen en flats gebruikt worden zijn in de fabriek gemaakt, bij duizenden tegelijk. De gekleurde versieringen worden er machinaal op aangebracht. De grondstof waar tegels van gemaakt zijn, is klei. Klei is een soort aarde. Daarom spreekt men ook wel over aardewerk als men het heeft over voorwerpen die gemaakt zijn van gebakken klei. |
||
|
Waar is het gebruik van tegels vandaan gekomen? Perzië (nú Iran) had omstreeks 300 jaar vóór Christus al een grote tegelproductie. Van hieruit werd de tegelkunst in de loop der eeuwen door handel en oorlogen naar andere landen in het Midden Oosten verspreid. |
||
![]() Een grote rol bij deze verspreiding hebben de Arabieren gespeeld. Zij veroverden veel landen. Zie kaartje. Zij hadden de Islam als godsdienst.
Afb. 2
|
||
![]() De mensen in deze veroverde landen werden tot de Islam bekeerd. Voor hun godsdienstoefeningen werden prachtige moskeeën gebouwd die met tegels waren versierd. De grafpaleizen waren ook met tegels versierd.
Afb. 3 |
||
|
|
||
![]() |
![]() |
|
|
Afb. 4 Detail van het Alhambra-paleis bij Granada. |
Afb. 5 Tegeldecoratie in het Alhambra. |
|
|
Antwerpen was van eind 15e eeuw tot eind 16e eeuw de belangrijkste havenstad van West-Europa én een groot kunstcentrum. Door de handel werd veel geld verdiend. Daarom trokken vele ambachtslieden en kunstenaars uit andere landen naar deze welvarende stad. Ook pottenbakkers uit Italië gingen in Antwerpen wonen en werken. Zij hebben er veelkleurige tegels (tegels met meer dan één kleur) gemaakt voor vloeren en vochtige wanden van de huizen. In 1585 is daar een eind aan gekomen. In dat jaar werd Antwerpen door de Spaanse troepen belegerd (tijdens de 80-jarige oorlog) en tenslotte ingenomen. Dat betekende het einde van de welvaart. De handel kwam tot stilstand. Er kwam grote werkeloosheid. Bovendien was er geen godsdienstvrijheid; de protestanten werden vervolgd. Dit waren oorzaken dat duizenden mensen uit Antwerpen wegtrokken. Onder de vluchtelingen waren ook pottenbakkers. Deze gingen o.m. in Middelburg, Rotterdam, Gouda, Delft, Leiden, Amsterdam en Hoorn een nieuw bestaan opbouwen. Ook hier maakten zij borden, schalen en kannen voor het dagelijkse gebruik en tegels voor de huizen.
Vanaf omstreeks 1600 zijn er in Holland veelkleurige tegels gemaakt. De gekleurde versieringen die ze op de tegels aanbrachten leken een beetje op de Italiaanse en Spaanse tegelversieringen uit de 15e eeuw.
Het zijn
ornamenttegels. Dit zijn tegels waarbij het hele patroon pas wordt
gevormd door meerdere tegels in een vierkant bij elkaar te leggen. Zie
afb. 6 en 7. |
||
![]()
Afb. 6
|
||
![]() |
![]() |
|
|
Afb. 7 Veelkleurige tegel met deel van het patroon van afb. 6. |
Afb.
8
Bloemvaas.
|
|
|
Ná de veelkleurige tegels kwamen vanaf ongeveer 1620 de blauw beschilderde tegels in de mode. De Portugezen hadden de zeeweg om Afrika heen naar het Verre Oosten ontdekt via de Kaap de Goede Hoop. Ze gingen handelen met o.a. de Chinezen. De Hollanders gingen nu ook handel drijven met Ceylon (nu Sri Lanka), China, Japan en Indonesië. Daartoe werd in 1602 een handelsvereniging opgericht, de V.O.C. = de Verenigde Oostindische Compagnie. Van Amsterdam, Hoorn en Enkhuizen uit zeilden de schepen om Afrika heen naar China. De route die de zeilschepen namen werd bepaald door de zeestromingen en heersende winden. Zie afb. 9. |
||
![]()
Afb. 9 |
||
|
In China werd o.m. Chinese zijde, Chinees lakwerk, specerijen, thee en blauw Chinees porselein zoals borden, schalen, kannen en kopjes gekocht. Duizenden porseleinen artikelen zijn toen naar Nederland verscheept. Geen tegels, want die kenden de Chinezen toen nog niet. Porselein is gemaakt van porseleinaarde, een kleisoort die niet in Nederland aanwezig is. Porselein is veel dunner, maar toch sterker dan het grove aardewerk. Dat blauw beschilderde porselein was toen iets heel nieuws in Holland en de rest van Europa. De aardewerk- en tegelbakkers in Holland gingen hun gebruiksvoorwerpen en tegels nu ook met een blauwe kleur versieren. Blauw beschilderde tegels zijn dus ontstaan ná import van blauw Chinees porselein.
De voorstellingen op de tegels waren bijvoorbeeld schepen, ruiters, soldaten, bloemvazen, vrouwen en mannen, spelende kinderen, dieren, bloemen en bijbelse voorstellingen. Zie afb. 10 t/m 14.
Vooral in de tegelwerkplaatsen in Rotterdam, Amsterdam, Delft, Haarlem en Makkum zijn vele duizenden tegels gemaakt. Ook tegeltableaus werden vervaardigd. Een tegeltableau is een voorstelling op veel tegels. |
||
![]() |
![]() |
|
|
Afb. 10 Koopvaardijschip
blauw en paars beschilderd. |
Afb. 11
Kinderspeltegel blauw beschilderd. |
|
|
|
![]() |
|
|
Afb. 12
Rattenvanger blauw beschilderd. |
Afb. 13 Dame
met molenkraag blauw beschilderd. |
|
|
|
![]()
Tegeltableau
|
|
|
Afb. 14
Voorstelling uit het Nieuwe Testament: vlucht naar Egypte, paarse
beschildering. |
||
|
In de 17e eeuw - ook wel de Gouden Eeuw genoemd - zijn vele duizenden tegels naar het buitenland geëxporteerd. Hoewel andere landen ook tegels produceerden, wilde het buitenland Hollandse en Friese tegels hebben. In de 17e eeuw waren het de Hollanders, Zeeuwen en Friezen die handel dreven met bijna de hele wereld. Zij waren de vrachtvaarders van Europa. De Oostzeelanden leverden ons o.m. graan, hout, ijzer en huiden. Als ballast in de scheepsruimen brachten wij daar bakstenen, tegels, haring en textielproducten. In Noord-Duitsland, Polen en Denemarken zijn nu nog huizen en musea met Nederlandse tegels te zien. |
||
![]()
Afb. 15
|
||
|
België, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal en zelfs Brazilië hebben in de 2e helft van de 17e eeuw en begin 18e eeuw Hollandse en Friese tegels besteld voor hun kerken, kloosters en paleizen. Een aantal van deze gebouwen met tegels en tegeltableaus is nu nog te zien.
In de 18e en 19e eeuw kwamen paars beschilderde tegels in de mode. In die tijd werden ook weer ornamenttegels gemaakt: 4 tegels of een veelvoud hiervan vormen een patroon. Zie afb. 16 en 17. Vergelijk ook de ornamenttegels van afb. 6 en 7. |
||
|
|
|
|
|
Afb. 16
Paars beschilderde ornamenttegels. 4 tegels of een veelvoud hiervan
vormen het hele patroon. |
Afb. 17 Tegel met 1/4e deel van het patroon van afb. 16. |
|
|
In het begin van de 19e eeuw ging de tegelproductie snel achteruit door de slechte economische toestand. De Franse overheersing onder Napoleon had rampzalige gevolgen voor onze handel. Ook was er veel concurrentie van Engelse en Duitse tegelbakkers. Bovendien werd het bedrukte behangselpapier in de handel gebracht, een materiaal dat goedkoper was dan tegels. In de 19e eeuw gingen daarom veel tegelwerkplaatsen (fabrieken) failliet. |
||
|
Jullie weten al dat tegels tegenwoordig machinaal in fabrieken gemaakt worden. Ook kunstpottenbakkers maken tegels en tegeltableaus. Zie afb. 18 en 19. |
||
|
Afb. 18 |
||
![]()
Afb. 19 |
||
|
|
||
|
HET MAKEN VAN TEGELS OP DE OUDE MANIER
|
||
|
Afb. 20 |
||
|
©
Werkgroep Kunstzinnige
Vorming Lager Onderwijs Ede en Nederlands Tegelmuseum Otterlo.
|
||